Latijns Woordenboek

Wilt u zoeken? Ga dan naar de zoek pagina

(4) | ( (1) | - (1) | A (372) | B (82) | C (474) | D (224) | E (150) | F (160) | G (73) | H (68) | I (218) | J (60) | L (91) | M (155) | N (106) | O (90) | P (311) | Q (56) | R (73) | S (285) | T (87) | U (55) | V (112)
Woordaflopend sorteren Vertaling
subtribunus

onderbevelhebber

subulcus

varkenshoeder, zwijnenhoeder

succursalis

hulpkerk

sufferator

hoefsmid

suffocatus

gestikt, gewurgd

suijuris

onafhankelijk (om zonder toestemming van de ouders te mogen trouwen)

summa gradu

met, in de hoogste graad

summo mane

's morgens vroeg

summus pontifex

Paus

sunt

zij zijn

superior dominus

leenheer, leider, vorst

superstes

overlevend, afstammeling,

supradictus

bovengenoemd

surdaster

hardhorend, doof, dovig

surdus

doof

surdus et mutus

doofstom

susc.

susceperunt, suscepit, susceptor

susceperunt

hebben ten doop gehouden, waren getuigen

susceperunt eum de sacrofonte

die zij opnamen van het Heilig doopvont

suscepit

heeft ten doop gehouden, was getuige

suscepto prius baptismate ab obstetrice

na eerst het doopsel ontvangen te hebben van de vroedvrouw (nooddoop)

susceptor

doopgetuige, doopvader

susceptores

doopgetuigen, doopheffers, peter en meter

susceptores erant

de doopgetuigen waren

susceptoresfuerunt

de doopgetuigen waren

susceptorum

van de doopgetuigen

susceptrix

doopgetuige, doopmoeder

suscipere

ontvangen, dragen, heffen, ten doop houden, doopgetuige zijn

suscipi

gedoopt worden

suscipientes

doopgetuigen

suscipientibus

met als doopgetuigen

suscipio

ik ben doopgetuige

sutor

schoenmaker

suum

zijn, haar, hun (lijd. voorw.)

suus

(vrw.-a) zijn, haar, hun

Pagina's